Namens de K.N.N.V. Noordwest-Veluwe organiseerde Ati Vijge een minicursus Geologie, gegeven door Leendert de Boer. Hij is bioloog, amateurarcheoloog, - geoloog en schrijver van de boeken “Landschapsjuwelen” en “De Over-Veluwe”.

 

De geologie bestudeert het ontstaan van landschappen en altijd weer blijkt dat de mens gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheden die door geologische processen zijn ontstaan. Het landschap dat hierdoor is ontstaan, bepaalt in belangrijke mate ook welke planten en dieren er voorkomen.

De lezing werd gegeven in museum “Het Pakhuis” op dinsdagavond 9 april. Leendert vertelde ons dat de aarde meerdere koude (glaciale) en warme (interglaciale) tijdperken heeft gekend, afhankelijk van de hoeveelheid warmte die de aarde van de zon ontvangt. Dit is afhankelijk van:

  1. De verandering van de hoek van de aardas. Deze wordt groter en kleiner. Dit proces duurt ± 40.000 jaar.
  2. De richting waarin de hellende aardas wijst (denk aan een tol). Na ± 21.000 jaar wijst hij weer in dezelfde richting.
  3. De baan van de aarde om de zon. Deze baan verloopt in een ellips, van langwerpig naar meer cirkelvormig. Dit duurt ± 29.000 jaar.

Bovenstaande factoren kunnen samenwerken en elkaar tegenwerken. Hierdoor wordt het warmer of kouder. Zo kennen we de volgende tijdperken die van groot belang zijn geweest voor de vorming van het landschap in onze woonomgeving.

  • Voorafgaand aan de ijsbedekking in het Saalien hadden de grote rivieren uit het zuiden en het oosten dikke lagen zand en grind met dunnere lagen klei (leem) afgezet.
  • In het Saalien (± 200.000 tot 120.000 jaar geleden) vormde een enorme ijslob de stuwwalen van de Veluwe en de Gelderse Vallei. Het ijs nam grote zwerfstenen mee uit het noorden.
  • De Eemtijd (± 120.000 tot 75.000 jaar geleden) is een warme periode. Door het smeltende ijs steeg de zeespiegel en de Gelderse Vallei werd een binnenzee. Er werd ± 30 meter Eemklei afgezet.
  • In de laatste ijstijd, het Weichselien (± 75.000 tot 10.000 jaar geleden) kwam het ijs niet in Nederland maar was de bodem wel permanent bevroren (permafrost). Er heerste een poolklimaat. De Noordzee en de rivieren waren drooggevallen en door de harde winden werden er lagen dekzand afgezet m.n. aan de flanken van de Veluwe. In deze periode zijn ook de windkanters gevormd. De Gelderse Vallei was moerasgebied.
  • Door de grootschalige boskap in de Middeleeuwen kreeg de wind vat op de arme zandgronden en ontstonden de grote zandverstuivingen en stuifduinen.

Ter afsluiting liet Leendert ons nog zelfgemaakte dia’s zien van voorbeelden uit onze omgeving.

 

Op zaterdag 13 april om 9.00 uur stond iedereen klaar voor de excursie. Bij het Kerkelijk Centrum reed onze chauffeur Andries de bus voor. Door de nachtvorst was het fris maar de zon scheen en iedereen had er zin in!

Via de Leuvenumse weg, waar we op de Garderense stuwwal reden, gingen we rechtsaf de Flevoweg op. Rechts zagen we de vlakke Ermelose Heide, een voorbeeld van een kameterras. Een kameterras ontstond uit het opdrogen van smeltwatermeren tussen de stuwwallen. De Romeinen hadden een marskamp opgeworpen op wat nu de Ermelose Heide is. Ze kwamen vanaf Xanten en Nijmegen. De verkenners of de kwartiermeesters kenden het landschap en kenden de geologische gesteldheid van het landschap. Het Romeinse leger van meer dan 5000 man trok namelijk  langs de flanken van de stuwwal naar het noorden. Ze hielden dus droge voeten. Niet te nat, niet te droog en niet te heuvelig.

Op weg naar Staverden kwamen we langs het natuurgebied “De Leemputten”. Vanaf de 18e eeuw tot ± 1960 werd hier leem gewonnen om stenen en dakpannen van te bakken. We passeerden de duiventil bij Staverden. De duivenmest was geliefde mest voor de tabaksteelt in Nijkerk.

In Staverden, het kleinste stadje van Europa, verlieten we de bus om een kijkje te nemen bij de Staverdense beek. De tak die naar de bovenslagmolen verloopt, is een opgevoerde beek Heel bijzonder! Ook hadden we prachtig uitzicht over het dal van de Leuvenumse beek, die is gevormd door een ijstong in het Saalien.

We reden verder richting Uddel, door het diepste deel van de vallei. Links de droge gronden met het zicht op de Veluwe stuwwal en rechts de natte gronden met het zicht op de Garderense stuwwal. We zagen de restanten van houtwallen, verlaten akkertjes, stijlrandjes, verstoven dekzanden en moerasjes.

We kwamen aan bij het Uddelermeer waar we weer de bus uitgingen. Het Uddelermeer is een pingoruïne. Het is een overblijfsel van een pingo, een heuvel ontstaan in het Weichselien door omhoog gedrukt ijs dat zich in de ondergrond bevond. Het ijs smolt weg en er vormde zich een meer. Naast het meer ligt de Hunneschans, een middeleeuwse aarden ringwal. Aan deze kant van de Garderense stuwwal liggen veel grind en stenen.

We reden verder richting Garderen, passeerden het hoogste punt en reden de Gelderse Vallei in. Garderen is een esdorp, een groot stuk dekzand wat in cultuur is gebracht. Bij restaurant “ De Garderense Berg” hielden we een koffie / thee stop.

In de Gelderse Vallei is een mooi heggen- en houtwallen landschap te zien. Aan deze kant van de Garderense stuwwal ligt veel zand dat in het Wechselien door de wind hier naar toe is gebracht. Onvruchtbare grond waar vroeger veel arme boeren woonden, b.v aan de Beulekampersteeg.

De weg werd via Huinen vervolgt richting Voorthuizen. Huinen was vroeger een moerasgebied. We zagen de restanten van de kampontginning, zichtbaar aan de (restant) lange houtwallen met daarbinnen in cultuur gebracht land door meerdere boeren.

Op de Ridderwal is nog duidelijk een landduin of randwal zichtbaar. Een randwal was opgebouwd uit doornige begroeiing en beschermde het akker- of bouwland na het ontplaggen van de heide tegen het opwaaiende stuifzand. Uniek voor Nederland!

We passeerden het grondgebied van jonker Frits Schimmelpenninck, eigenaar van landgoed Gerven. Hij was meester in de rechten en beheerde met grote zorg een omvangrijk gebied in de driehoek Putten, Nijkerk en Voorthuizen. Door zijn conservatieve en conserverende beheer is het buitengebied van Putten nog in oorspronkelijke staat. Hij gebruikte het landgoed m.n. voor de jacht.

Helaas zat de tijd er toen op en we reden via Voorthuizen en Putten terug naar Ermelo.

Bij de lezing en de bus excursie kwamen we tijd te kort. Leendert kan zoveel vertellen en laten zien! We hebben deze minicursus als zeer inspirerend ervaren. Oog krijgen voor en het herkennen van allerlei verschijnselen in het landschap binnen je eigen woonomgeving.

Ook hebben we ervaren dat het heel leuk en leerzaam is om een excursie met verschillende verenigingen te doen. Er blijken veel raakvlakken te zijn. Bij deze excursie waren o.a. leden van de K.N.N.V. N.W.-Veluwe en de werkgroep archeologie van de Oudheidkundige Vereniging “Ermeloo” aanwezig.

 

Sandra Schriever en Anja Bisschop.